Ministeries

‘Wapenhandel vraagt om openheid van zaken’

Nederlandse bedrijven exporteren jaarlijks militaire goederen en technologieën naar andere landen. Buitenlandse Zaken wil voorkomen dat die systemen of onderdelen in de verkeerde handen vallen. Daarom maakt de afdeling Wapenexportcontrole dagelijks risicoanalyses en bepaalt of een exportvergunning kan worden afgegeven.

Portretfoto Miriam Otto.
Miriam Otto is hoofd van de afdeling Wapenexportcontrole.

Afdelingshoofd Miriam Otto: ‘Wij controleren als Nederland strikt of de vergunningen aan de eisen voldoen, omdat we willen voorkomen dat we bijvoorbeeld conflicten verergeren of uitlokken of dat er mensen met onze spullen worden onderdrukt. Welke transacties wij toestaan of weigeren, laten we zien in onze maandelijkse rapportages. Transparantie op dit gebied is enorm van belang.’

Nederlands radarsysteem op een marineschip.
Een Nederlands radarsysteem op een marineschip.

Complete schepen, radarsystemen, vliegtuigmotoren, nachtzichtkijkers, software, bepantsering, luchtfilters tegen chemische aanvallen en kogelwerende vesten. Maar ook onderdelen die gebruikt kunnen worden in een militaire toepassing zoals klepjes of slipringen. Nederlandse bedrijven die deze producten naar het buitenland willen uitvoeren, moeten hiervoor een vergunning aanvragen bij de Douane. Gaat het product naar een NAVO- of EU-land (met uitzondering van Turkije en Cyprus)? Dan handelt de Douane het zelf af. Zijn de goederen bestemd voor een ander land? Dan klopt de Douane aan bij het team van Miriam.

8 EU-criteria voor het verlenen van een vergunning voor wapenexport.
De 8 EU-criteria voor het verlenen van een vergunning voor wapenexport.

Risicoanalyse met 8 EU-criteria

‘Via een digitaal vergunningensysteem komt de aanvraag bij ons terecht’, legt ze uit. ‘Wij maken dan een risicoanalyse. We controleren wat het voor goederen zijn, wat de bestemming is en wat de beoogde inzet is van het product.’ Op grond van 8 EU-afgestemde criteria beoordelen Miriam en haar collega’s of de Douane een vergunning kan afgeven.

‘We checken onder meer of de export in strijd is met internationale afspraken of besluiten. We zoeken uit of het land mensenrechten schendt en of de export van het product de stabiliteit in de regio bedreigt. Ook controleren we of de uitvoer van het product de nationale veiligheid van Nederland en bondgenoten in gevaar brengt. We bekijken of het ontvangende land terrorisme steunt of georganiseerde criminaliteit of zich niet houdt aan oorlogsrecht, wapenbeheersing of ontwapening. Ook checken we of het land intenties kan hebben om de producten door te voeren naar andere landen.’

Nachtzichtkijker.
Een nachtzichtkijker.

Nationale en internationale partners

Om deze checks goed uit te kunnen voeren, heeft Miriams team intensief contact met landenmedewerkers van de diverse regiodirecties van Buitenlandse Zaken. Miriam: ‘Ook collega’s van de posten wereldwijd sturen we op pad. Om de lokale situatie te beoordelen en ons beleid te toetsen.

Zij controleren wat er zich afspeelt in een land, wat bijvoorbeeld de krijgsmachtonderdelen doen en of troepen zich daadwerkelijk terugtrekken. Ze hebben ook de lastige taak om de ontvangende partij uit te leggen dat onze wapenexportcontrole en het niet afgeven van een vergunning geen manier is om hen te straffen, maar een manier om te voorkomen dat de producten in verkeerde handen vallen.’

Binnen Nederland overleggen Miriam en haar collega’s veel met experts op wapengebied, Defensie, ngo’s zoals PAX, de brancheorganisatie NIDV en kennisinstituten als TNO en Clingendael. ‘Ook is er terecht veel parlementaire aandacht voor elk wapenexport’, zegt Miriam.

‘Dus we bedienen de Kamer zo snel en zo goed mogelijk met de juiste informatie. Samen met de jaarlijkse Kamervergaderingen over wapenexport en wapensystemen én alle WOB-verzoeken vraagt dat veel van onze capaciteit. Maar het is een goede zaak dat er veel vragen en debatten zijn over wapenexportcontrole. Dat geeft ons de kans om uit te leggen hoe we hebben getoetst en wat we als risico’s zagen.’

Ook internationaal is Nederland bij veel overleggen en verdragen betrokken. Miriam: ‘In conflictgebieden kan het heel lastig zijn om informatie te krijgen en erachter te komen wat nou de situatie precies is in een land en wat zich daar afspeelt. Daarover schakelen we met onze diensten en posten, maar ook met onze internationale partners. Onder meer daarom zit elke maand een van ons bij de EU-raadwerkgroep COARM.

Ook zitten we met zo’n 110 landen sinds 2014 in het VN-wapenhandelsverdrag. Dat is een goeie zaak, al zien we dat sommige landen moeite hebben met de naleving van de internationale afspraken. Zo rapporteren steeds minder landen, in het openbaar of vertrouwelijk, over hun wapenexport. Waardoor het moeilijker wordt elkaar daarop aan te spreken.’ Om ze daarbij te helpen ondersteunt Nederland diverse VN-fondsen. Mochten wapens ondanks alles toch in verkeerde handen vallen, zijn er ngo’s die proberen te achterhalen hoe dat heeft kunnen gebeuren. ‘Ook die hebben onze steun’, meldt Miriam.

Wereldkaart met daarop de waarde en eindbestemmingen van wapenexport vanuit Nederland.

Afspraken en gelijk speelveld

De internationale afspraken zijn helder. Toch ziet Miriam dat sommige EU-landen de exportcriteria strikter toepassen dan anderen. ‘Dat wordt duidelijk als we zien dat wij als Nederland meer aanvragen afwijzen. Of als wij ons beleid eerder aanscherpen als we zorgen hebben over bepaalde conflicten. Onze afdeling, de Nederlandse bedrijven en de Tweede Kamer willen graag een gelijk speelveld. Maar het is lastig om andere landen op hun beoordeling aan te spreken, omdat we niet in hun risicoanalyses kunnen kijken en zij niet in die van ons (die zijn vertrouwelijk).’

De afdeling Wapenexportcontrole heeft transparantie hoog in het vaandel staan. Transparantie is immers een vorm van wapenbeheersing: het bevordert de dialoog over dit gevoelige onderwerp en helpt daarmee om onverantwoordelijke opbouw van wapenarsenalen te voorkomen. Daarom publiceert Miriams team elke maand alle (geanonimiseerde) vergunningen die ze afgeven of afwijzen. Daarin staat omschreven welke goederen het zijn, om welke bedragen het gaat en waar de goederen heen gaan, niet om welke bedrijven het gaat.

‘Het kan altijd beter, maar internationaal gezien zijn we in Nederland héél open over ons wapenexportbeleid’, meent Miriam. Nederland staat dan ook de laatste jaren steevast op nummer 2 in de Small Arms Survey; een transparantiemeter over wapenexport. Miriam: ‘Maar we gaan voor de eerste plek. En blijven andere landen vragen om ook openheid van zaken te geven. Hopelijk helpt het ons land en de wereld iets veiliger te maken.’