Plannen kabinet voor meer balans tussen vast werk en flexwerk (Wet arbeidsmarkt in balans)

Het kabinet wil flexwerkers beter beschermen en werkgevers stimuleren om werknemers in vaste dienst te nemen. Maatregelen hierover staan in het wetsvoorstel Arbeidsmarkt in balans. 

Wetsvoorstel Arbeidsmarkt in balans

Het wetsvoorstel Arbeidsmarkt in balans is aangenomen door de Eerste Kamer. De datum van inwerkingtreding moet nog in het Staatsblad worden gepubliceerd.

Doel: meer balans tussen vast werk en flexwerk      

Het kabinet wil het voor werkgevers aantrekkelijker maken om medewerkers in vaste dienst te nemen. Het kabinet wil dit bereiken door  verschillen in kosten en risico’s tussen vaste en flexibele contracten te verminderen. Op die manier worden werkgevers minder huiverig om werknemers een vast contact aan te bieden. 

Dat heeft ook voordelen voor de werkgevers: zij krijgen hierdoor goed ingewerkt personeel, dat weet  wat het bedrijf nodig heeft op de lange termijn. 

Daarnaast wil het kabinet dat werknemers  met flexibele contracten meer zekerheid in werk en inkomen krijgen. Dat is nodig, omdat zij bijvoorbeeld moeilijker een hypotheek krijgen. 

Tegelijkertijd moet flexwerk mogelijk blijven waar dat nodig is. Bijvoorbeeld om in te kunnen spelen op een veranderende arbeidsmarkt. 
 

Maatregelen uit het wetsvoorstel Arbeidsmarkt in balans

De Wet arbeidsmarkt in balans bevat onder andere de volgende maatregelen voor werknemers en werkgevers: 

  • Ontslag wordt ook mogelijk  wanneer omstandigheden uit verschillende ontslaggronden samen een redelijke grond voor ontslag opleveren (cumulatiegrond). Nu kan een werkgever een werknemer alleen ontslaan als er  aan 1 van de 8 ontslaggronden volledig is voldaan. Deze nieuwe 9e grond geeft de rechter de mogelijkheid omstandigheden te combineren.
  • Is er bij ontslag sprake van een cumulatiegrond? Dan kan de rechter een extra vergoeding toekennen van maximaal een halve transitievergoeding. Dit komt bovenop de transitievergoeding waar een werknemer recht op heeft.  
  • Werknemers krijgen vanaf de 1e werkdag recht op een transitievergoeding, ook tijdens de proeftijd. Nu kunnen werknemers pas een transitievergoeding krijgen als zij 2 jaar of langer in dienst zijn. 
  • Bij ontslag krijgt iedereen een transitievergoeding van een derde maandsalaris per gewerkt jaar. Het maakt dan niet uit hoelang de werknemer er heeft gewerkt.  
  • Moet een bedrijf met 25 of minder werknemers de deuren sluiten?  Dan kan de werkgever  compensatie krijgen voor de transitievergoedingen. Deze compensatie wordt alleen toegekend als de onderneming wordt gestopt omdat de werkgever met pensioen gaat, ziek is of overlijdt.
  • Werkgevers kunnen een werknemer langer in tijdelijke dienst houden. De periode waarna opeenvolgende tijdelijke contracten overgaan in een vast contract wordt namelijk verruimd (de ketenbepaling). Nu is het mogelijk om 3 tijdelijke contracten in 2 jaar aan te gaan, dit worden 3 contracten in 3 jaar.
  • Werkgevers kunnen personeel met tijdelijke contracten na een pauze van 3 maanden weer inhuren. Nu is dat een pauze van 6 maanden. Hierover moeten wel afspraken zijn gemaakt in de cao. Dit kan alleen bij terugkerend tijdelijk werk dat maximaal 9 maanden per jaar wordt gedaan. 
  • De ketenbepaling geldt niet voor tijdelijke invalkrachten in het basisonderwijs en speciaal onderwijs als zij een zieke leerkracht vervangen. Dat wil zeggen dat na een aantal tijdelijke contracten niet automatisch een vast contract ontstaat. 
  • Payrollkrachten krijgen minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers in dienst van de opdrachtgever. Ook krijgen zij recht op een ‘adequate pensioenregeling’. De uitgangspunten voor een adequaat pensioen worden opgenomen in een apart besluit. Payrollen blijft mogelijk om opdrachtgevers te ontzorgen.  
  • Een werkgever moet een oproepwerknemer minstens 4 dagen van tevoren oproepen. Oproepkrachten houden recht op loon over die uren als een bedrijf dit werk minder dan 4 dagen van tevoren afzegt. In een cao kunnen afspraken worden gemaakt om de termijn van 4 dagen te verkorten tot 1 dag. 
  • Ook moet een werkgever een oproepkracht na 12 maanden een een contract voor een vast aantal uren geven. Dit moet hetzelfde aantal uren zijn als de werknemer gemiddeld in de afgelopen 12 maanden heeft gewerkt.
  • Werkgevers gaan minder WW-premie betalen voor werknemers die ze vast in dienst nemen. De WW-premie voor vaste contracten wordt vijf procentpunten lager dan voor flexibele krachten. In welke sector een werkgever actief is, heeft geen invloed meer op de hoogte van de WW-premies. 

Meer informatie over de Wab

Lees meer over de plannen in het wetsvoorstel Arbeidsmarkt in balans.