De overheid neemt verschillende maatregelen om Nederland voor te bereiden op een crisis. Bijvoorbeeld wanneer een cyberaanval een energiecentrale of datacenter platlegt. Waardoor er langere tijd geen stroom of internet is.
Uitval dagelijkse voorzieningen heeft grote gevolgen voor de samenleving
Uitval van dagelijkse voorzieningen door bijvoorbeeld sabotage kan de Nederlandse samenleving hard raken. Er kan dan bijvoorbeeld langere tijd geen stroom zijn. Minder, of geen drinkwater, voedsel of gas. De gevolgen daarvan zijn groot:
- Huizen worden niet meer verwarmd.
- Communicatie via internet of telefoon is niet meer mogelijk.
- Het vervoer van eten en andere producten naar bijvoorbeeld supermarkten gaat niet door.
- Geld overmaken en pinnen kan niet meer.
- Het is voor ziekenhuizen lastiger om goede zorg te leveren.
Daarom neemt de overheid verschillende maatregelen om basisvoorzieningen te beschermen. Zodat de impact van uitval op de samenleving beperkt blijft, en de economie zo min mogelijk wordt verstoord.
Basisvoorzieningen zijn afhankelijk van elkaar
Veel basisvoorzieningen zijn afhankelijk van elkaar. Bijvoorbeeld elektriciteit en gas. Als er geen stroom meer is, werken gascentrales niet meer. En als er geen gas meer is, werken elektriciteitscentrales op gas niet meer. Bij uitval van een van de 2 is er dus minder stroom, en is het moeilijker om gebouwen te verwarmen.

De vitale infrastructuur is essentieel voor het functioneren van onze maatschappij.
We worden er steeds afhankelijker van.
Een kleine verstoring kan grote gevolgen hebben en het land ontregelen.
Hoe zorgen we dat we dit voorkomen?
Of op z'n minst dat we de impact zo klein mogelijk houden.
Laten we beginnen bij de oorzaak.
Een groep extremisten hackt het controlesysteem van het elektriciteitsnetwerk.
Zij deactiveren een aantal schakelstations waardoor de distributie van stroom stil komt te liggen.
Er ontstaat een storing die zich in grote delen van Nederland verspreidt met alle gevolgen van dien.
Zo komt het betalingsverkeer zo goed als stil te liggen waardoor bedrijven niet kunnen functioneren en veel omzet mislopen.
Het mobiele netwerk valt voor het grootste deel weg en is onbetrouwbaar.
Flats en andere hoge gebouwen komen zonder water te zitten.
Het verkeer is ontregeld, waardoor veel reizigers stranden.
Ziekenhuizen kunnen tijdelijk terugvallen op noodstroomvoorzieningen. Maar andere zorginstellingen hebben dat niet.
Chemische bedrijven schakelen langzaam af om milieurampen te voorkomen.
Na zes uur hebben de eerste vitale processen weer stroom maar het duurt nog twee dagen voordat het hele land weer is voorzien.
De economische schade is groot.
Er zijn een aantal doden en tientallen ernstig gewonden.
Deze verstoring is niet ondenkbaar en kan bijvoorbeeld ook worden veroorzaakt door een overstroming of extreem weer.
Veel vitale processen en onderdelen van de maatschappij zijn afhankelijk van elektriciteit.
Maar ook verstoringen van telecommunicatie, luchtvaart scheepvaart, gas of drinkwater kunnen verregaande gevolgen hebben.
Meer dan ooit zijn processen, bedrijven en organisaties met elkaar en onze samenleving verbonden.
Daarom bekijken we continu wat belangrijk is voor het ongestoord functioneren van onze maatschappij.
Dan weten we wat vitaal is, wat er kan gebeuren en wat we kunnen doen tijdens een verstoring.
Samen werken we aan een weerbaarder systeem. Werkt u met ons mee?
Elektriciteit
Zonder elektriciteit loopt de samenleving binnen een paar uur vast. Zo valt internet weg, en werkt het openbaar vervoer niet meer.
- Het kabinet beschermt belangrijke elektriciteitskabels op de bodem van de Noordzee. Zo begeleiden de Kustwacht en Koninklijke Marine alle verdachte schepen. En wil de overheid meer sensoren op de zeebodem plaatsen.
- Landelijke netbeheerder Tennet en energieleveranciers houden zelf het elektriciteitsnetwerk in de gaten. Zoals de kabels, maar ook de elektriciteitscentrales en hoogspanningslijnen. Zodat als er problemen ontstaan, ze die snel kunnen verhelpen.
- In het Nationaal Crisisplan Elektriciteit staat wie wat moet doen als er een elektriciteitscrisis is. Bijvoorbeeld de overheid, Tennet of producenten van elektriciteit. Zo staan er afspraken over wie wat doet om de elektriciteit te herstellen. En wie wat wanneer communiceert tijdens een crisis. Door het crisisplan kunnen de overheid, netbeheerder en elektriciteitsproducenten sneller met elkaar communiceren.
- Als er niet genoeg elektriciteit voor iedereen is, bepaalt de overheid wie als eerste stroom krijgt. Denk bijvoorbeeld aan sluizen en dammen. Of aan ziekenhuizen.
Eten, drinkwater en medicijnen
Gezonde voeding, drinkwater en medicijnen zijn essentiële levensbehoeftes. Wanneer deze niet meer beschikbaar zijn, loopt de samenleving snel vast.
- De overheid vraagt Nederlanders zich voor te bereiden op dat er geen drinkwater meer uit de kraan komt. Door thuis in een noodpakket per persoon altijd 3 liter water te bewaren.
-
Drinkwaterbedrijven hebben leveringsplannen. Daarin staat hoe drinkwaterbedrijven zorgen dat ze altijd drinkwater kunnen leveren. Door bijvoorbeeld waterreserves te hebben. Maar ook door zelf elektriciteit op te wekken, voor als de stroom uitvalt. Dan kan de levering en zuivering van water doorgaan.
-
De overheid moedigt iedereen aan om in een noodpakket voor 72 uur aan voedsel en water in huis te hebben.
-
De overheid onderzoekt ook welke bedrijven en processen in de voedselketen onmisbaar zijn. En of deze bedrijven en processen opgenomen kunnen worden in de Nederlandse vitale infrastructuur. Dat betekent dat deze bedrijven moeten voldoen aan strengere regels, maar ook recht hebben op ondersteuning van de Nederlandse overheid. Waardoor ze beter beschermd zijn tijdens een crisis.
-
Ook moeten bedrijven die voedsel produceren, verwerken of vervoeren extra maatregelen nemen om zich beter te beschermen tegen cyberaanvallen. Dat staat in de Europese NIS2-richtlijn, die het kabinet verwerkt in de Cyberbeveiligingswet.
-
Groothandels en leveranciers van medicijnen moeten altijd genoeg voorraad hebben. Voor groothandels is dit 2 weken, voor leveranciers 6 weken. Dat staat in de Geneesmiddelenwet. Deze voorraad zorgt ervoor dat medicijnen meestal leverbaar zijn, ook als er tijdelijk geen aanvoer van nieuwe medicijnen is.
-
Verder moeten leveranciers van medicijnen tekorten doorgeven aan het Meldpunt geneesmiddelentekorten en -defecten. Hierdoor weet de overheid zo vroeg mogelijk wanneer een medicijn niet leverbaar is. Op die manier is er tijd om oplossingen te zoeken.
-
Als nieuwe medicijnen niet leverbaar zijn, geven apothekers soms minder van een medicijn mee. Of hetzelfde medicijn van een andere leverancier. Zo voorkomen ze een tekort.
-
Ook vraagt de overheid iedereen om thuis een EHBO-doos te hebben, als onderdeel van een noodpakket voor crisissituaties. En om altijd voldoende medicijnen in huis te hebben, adviseert de overheid om ongeveer twee weken van tevoren een herhaalrecept aan te vragen.
- Als er geen drinkwater uit de kraan komt, is het de bedoeling dat iedereen eerst gebruikmaakt van de eigen watervoorraad. En slim omgaat met water, door bijvoorbeeld met emmers water uit de sloot het toilet door te spoelen.
- Als er langer dan 24 uur geen goed drinkwater uit de kraan komt, plaatsen drinkwaterbedrijven watertappunten op centrale plekken in gemeentes. Drinkwaterbedrijven zijn verplicht om per persoon 3 liter water per dag te leveren: 2 liter om te drinken en 1 liter om eten mee te bereiden.
- De overheid ontwikkelt samen met het bedrijfsleven een Landelijk Crisisplan Voedselzekerheid. In dit plan staat wie een belangrijke rol spelen tijdens een voedselcrisis. En wat deze organisaties wanneer moeten doen. Denk bijvoorbeeld aan voedselproducenten en supermarkten.
- Is er een tekort aan medicijnen of medische hulpmiddelen? Soms zijn andere opties dan nog wel beschikbaar. Bijvoorbeeld hetzelfde medicijn van een andere leverancier, of een medicijn met een andere sterkte. Ook kan de overheid toestemming geven om een vergelijkbaar medicijn uit het buitenland te halen. Meer informatie over wat er gebeurt tijdens een tekort van medicijnen staat op de website van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen.
Internet en telefonie
Zonder internet of telefoonverbinding, is communicatie niet meer mogelijk. Daardoor zijn hulpdiensten bijvoorbeeld ook onbereikbaar. En kan geld overmaken niet meer.
- De overheid verhoogt cybersecurity in Nederland, zodat iedereen online veilig is. Daar zijn niet alleen de overheid, maar ook bedrijven en burgers verantwoordelijk voor. Dat betekent bijvoorbeeld dat de overheid en bedrijven cyberaanvallen voorkomen of tegengaan. En dat burgers digitaal vaardig zijn.
- Telefoon- en internetbedrijven hebben verplichtingen om hun systemen goed te beveiligen. Ook moeten zij ervoor zorgen dat burgers en bedrijven altijd gebruik kunnen maken van hun diensten. En een storing altijd melden aan de overheid.
- De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur maakt overheden en bedrijven bewust van de afhankelijkheid van internet en telefonie. En geeft concrete tips om weerbaarder te worden. Door bijvoorbeeld verschillende internetaanbieders te kiezen, en crisishandleidingen te maken.
- De Nederlandsche Bank brengt elk jaar de risico’s voor het betalingsverkeer in beeld. En stelt maatregelen op om die risico’s tegen te gaan.
- Ook bewaart de Nederlandsche Bank een voorraad contant geld. Voor als digitaal betalen niet meer gaat.
- Het kabinet beschermt ook belangrijke datakabels op de bodem van de Noordzee. Zo begeleiden de Kustwacht en Koninklijke Marine alle verdachte schepen. En wil de overheid meer sensoren op de zeebodem plaatsen.
- In het Landelijk crisisplan digitaal staat wie wat doet tijdens een crisis. Zo is het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) het landelijke contactpunt, die de crisis coördineert.
- Telefoon- of internetbedrijven zijn zelf verantwoordelijk voor het oplossen van een storing in hun diensten. In crisisplannen staat hoe ze dat doen.
Bereikbaarheid: wegen, vaar- en vliegroutes
Als het openbaar vervoer niet meer rijdt, kunnen mensen niet meer naar hun werk. En de economie loopt vast als vliegtuigen, vrachtwagens, treinen en schepen geen spullen en mensen meer vervoeren.
- Crisisteams van de overheid, transportsectoren en hulpdiensten werken samen om de crisis zo snel mogelijk op te lossen. Deze crisisteams zijn hiervoor opgeleid, en oefenen vaak. Het infrastructuurcrisisteam DCC IenW coördineert wie wat moet doen tijdens een crisis.
- Verkeerscentrum Nederland houdt samen met regionale verkeerscentrales de doorstroom van het verkeer op de weg in de gaten. Als er een crisis op de weg ontstaat, kan deze daardoor sneller opgelost worden.
- De overheid controleert samen met ProRail de kwaliteit van het spoor. En brengt belangrijke spoorknooppunten in kaart. Als sporen toch kapotgaan, lost het crisisteam van ProRail dit samen met het infrastructuurcrisisteam zo snel mogelijk op.
- Havens houden scheepvaartverkeer goed in de gaten. En nemen verschillende maatregelen om goed beschermd te zijn tegen cyberaanvallen op de systemen waar ze mee werken. Mocht er iets toch iets misgaan, staan er crisisteams klaar die samen met het infrastructuurcrisisteam het probleem zo snel mogelijk oplossen.
- In het Nationaal crisisplan luchtvaartongevallen staat wie wat moet doen tijdens een crisis in de luchtvaart. Zoals de overheid, vliegvelden of luchtvaartmaatschappijen. Door dit crisisplan kan de overheid tijdens een crisis sneller handelen.
- Bij een crisis op de weg werkt het infrastructuurcrisisteam samen met bedrijven en hulpdiensten om het probleem zo snel mogelijk te verhelpen. Door bijvoorbeeld verkeer om te leiden, of een obstakel van de weg te verwijderen. Of voor transport treinen in plaats van vrachtwagens te gebruiken.
- Als het spoor niet beschikbaar is, werkt het infrastructuurcrisisteam samen met ProRail en bedrijven om het probleem op te lossen. Door bijvoorbeeld vrachtwagens in plaats van treinen te gebruiken. Of door de dienstregeling aan te passen.
- Bij een crisis in havens en bij schepen werkt het infrastructuurcrisisteam samen met bijvoorbeeld Rijkswaterstaat, de kustwacht en de havens. Door schepen bijvoorbeeld naar andere havens te sturen. Of afspraken te maken met havenbedrijven welke schepen als eerste mogen laden en lossen, omdat ze belangrijke spullen aan boord hebben.
- Als er ernstige problemen zijn in de luchtvaart, werkt het infrastructuurcrisisteam samen met de luchtvaartsector en veiligheidsregio’s. Zo kan vliegverkeer bijvoorbeeld worden omgeleid, en weten hulpdiensten wat ze moeten doen.
Gas
Zonder gas worden gebouwen niet meer verwarmd. En is het moeilijker om elektriciteit te produceren.
- De overheid neemt maatregelen om een tekort aan gas te voorkomen. Door een gasvoorraad aan te leggen. En het verbruik van gas terug te dringen.
- Het kabinet beschermt ook belangrijke gasleidingen op de bodem van de Noordzee. Zo begeleiden de Kustwacht en Koninklijke Marine alle verdachte schepen. En wil de overheid meer sensoren op de zeebodem plaatsen.
- De overheid en gasleveranciers hebben vastgelegd welke maatregelen zij nemen als er een gascrisis is. Zo krijgen andere landen minder Nederlands gas als er een tekort is. En gaat gas alleen nog maar naar essentiële instellingen, zoals ziekenhuizen.
- De overheid kan aan huishoudens vragen om minder gas te gebruiken op piekmomenten. Dat zijn tijdstippen op een dag waarop normaal veel mensen gas verbruiken, zoals tussen 18.00 en 20.00 uur.
- Er zijn ook afspraken gemaakt over de rol die bijvoorbeeld energiebedrijven, gemeentes en de brandweer hebben tijdens een gascrisis.
Olie
Met olie wordt brandstof voor bijvoorbeeld auto’s of vrachtwagens gemaakt. Als dat niet meer kan, loopt het vervoer van mensen en goederen vast.
- Om een tekort aan olie te voorkomen, heeft de overheid een olievoorraad voor ongeveer 90 dagen.
- In het Landelijk crisisplan olie staat wie wat moet doen als er een oliecrisis is. Bijvoorbeeld de overheid, olieproducenten en het Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten. Zo kan de overheid aan olieproducenten vragen om biobrandstof aan olie toe te voegen. Of mensen vragen om minder vaak de auto te pakken.