Huisvesting asielzoekers met verblijfsvergunning (vergunninghouders)

Asielzoekers met een verblijfsvergunning gaan deel uitmaken van de Nederlandse samenleving. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) koppelt deze vergunninghouders aan gemeenten. Gemeenten moeten asielzoekers met een verblijfsvergunning passende woonruimte aanbieden.

Taakstelling huisvesting vergunninghouders

De Rijksoverheid bepaalt elk half jaar het totaal aantal vergunninghouders dat gemeenten moeten huisvesten. In de taakstelling voor huisvesting vergunninghouders staat om hoeveel vergunninghouders dat gaat. De verdeling van deze taakstelling over gemeenten is afhankelijk van het inwoneraantal van een gemeente. Grotere gemeenten moeten meer vergunninghouders huisvesten dan kleinere gemeenten. 

Meer vergunninghouders te huisvesten in 2021

In 2021 moeten gemeenten volgens de taakstelling in totaal 24.500 vergunninghouders huisvesten. 13.500 voor de eerste helft van 2021 en 11.000 voor de tweede helft van 2021. Dit is meer dan in 2020. Toen ging het om 12.000 vergunninghouders. Deze verhoging komt onder andere door het inlopen van de achterstand van behandeling van asielaanvragen door de IND.

Ondersteuning aan gemeenten om aan de huisvestingsopgave te voldoen

Door de hoge taakstelling van 2021 moeten gemeenten veel vergunninghouders huisvesten. De leden van de Landelijke Regietafel Migratie en Integratie (LRT) helpen hen bij die opgave. In het LRT zitten bestuurders van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), Justitie en Veiligheid (JenV), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal overleg (IPO) en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). 

Staatssecretaris Broekers-Knol (JenV) en minister Ollongren (BZK) hebben brieven aan alle burgemeesters gestuurd over de opgaven voor de opvang en huisvesting van vergunninghouders. In deze brieven staat onder meer een overzicht van de ondersteuningsmaatregelen voor gemeenten en provincies. Het ministerie van BZK geeft met de regeling huisvesting aandachtsgroepen mogelijkheden om het woningaanbod te vergroten. Aandachtsgroepen zijn mensen die met spoed een woning nodig hebben. Bijvoorbeeld dak- en thuislozen, arbeidsmigranten, statushouders of studenten.

COA koppelt vergunninghouders aan gemeenten

Vergunninghouders worden door het COA zoveel mogelijk gekoppeld aan een gemeente waar zij de beste kans hebben om goed te integreren en participeren. Om te bepalen bij welke gemeente de vergunninghouder past, heeft het COA informatie over de vergunninghouder nodig. Deze informatie, die het COA verzamelt tijdens gesprekken met de vergunninghouder, is belangrijk voor het vinden van passende huisvesting in de gemeenten. Het gaat om informatie zoals:

  • grootte van het gezin;
  • land van herkomst;
  • taal;
  • bijzonderheden over de gezinshereniging;
  • beperkingen bij huisvesting (bijvoorbeeld noodzakelijke aanpassingen aan de woonruimte);
  • aanwezigheid inschrijfbewijs studie;
  • opleiding;
  • werkervaring;
  • aanwezigheid arbeidscontract;
  • medische bijzonderheden;
  • netwerk;
  • toekomstplannen.

Tijdsduur huisvesting vanuit asielzoekerscentrum

Zodra een asielzoeker een verblijfsvergunning krijgt, koppelt het COA binnen 2 weken de vergunninghouder aan een gemeente. Gemeenten hebben 10 weken de tijd om woonruimte te vinden. Gemiddeld duurt het momenteel langer voor ze een woning aangeboden krijgen, mede wegens de krappe woningmarkt. Als er een woning is gevonden, hebben vergunninghouders 2 weken de tijd om daadwerkelijk te verhuizen. Zij gebruiken deze tijd onder andere om hun woning in te richten.

Gemeenten zorgen voor woonruimte

Gemeenten moeten zorgen dat vergunninghouders woonruimte krijgen. Dat kan een zelfstandige (huur)woning zijn of een met meer mensen gedeelde woning. Vaak doen gemeenten een beroep op sociale huurwoningen van woningcorporaties. Een vergunninghouder mag ook zelf naar woonruimte zoeken.

Een gemeente bepaalt zelf of vergunninghouders recht hebben op voorrang bij een sociale huurwoning. Dit regelt de gemeente in een huisvestingsverordening. Op de website van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) staat hoe gemeenten zo goed mogelijk kunnen doorgaan met het huisvesten van vergunninghouders in tijden van corona.
 

Documenten