Huisvesting statushouder

Asielzoekers worden statushouders (of vergunninghouders) zodra ze een verblijfsvergunning krijgen. Ze gaan dan deel uitmaken van de Nederlandse samenleving. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) koppelt deze vergunninghouders aan gemeenten. Gemeenten moeten statushouders passende woonruimte aanbieden.

Taakstelling huisvesting vergunninghouders

De Rijksoverheid bepaalt elk half jaar hoeveel vergunninghouders gemeenten een plaats moeten geven om te wonen. Dit aantal staat in de taakstelling voor huisvesting vergunninghouders. De verdeling over gemeenten hangt af  van hoeveel mensen er in een gemeente wonen. Grotere gemeenten moeten meer vergunninghouders woonruimte bieden dan kleinere gemeenten.

Onderaan deze pagina staan de overzichten met de gegevens per gemeente over de huisvesting van asielzoekers met een verblijfsvergunning.

Gemeente zorgt voor woning

Gemeenten beslissen zelf over wat voor soort woning ze aanbieden. Het kan een zelfstandige (huur)woning zijn of een gedeelde woning met meer mensen. Vaak doen gemeenten een beroep op sociale huurwoningen van woningcorporaties. Een vergunninghouder mag ook zelf naar woonruimte zoeken.

Een gemeente bepaalt ook zelf of mensen met een verblijfsvergunning recht hebben op voorrang bij een sociale huurwoning. Dit regelt de gemeente in een huisvestingsverordening.

Ondersteuning aan gemeenten om aan de huisvestingsopgave te voldoen

Door de hoge taakstelling moeten gemeenten veel vergunninghouders huisvesten. De leden van de Landelijke Regietafel Migratie en Integratie (LRT) helpen hen bij die opgave. In het LRT zitten bestuurders van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), Justitie en Veiligheid (JenV), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal overleg (IPO) en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). 

De ministeries van JenV en van BZK hebben brieven aan alle burgemeesters gestuurd over de opgaven voor de opvang en huisvesting van vergunninghouders. In deze brieven staat onder meer een overzicht van de ondersteuningsmaatregelen voor gemeenten en provincies. Het ministerie van BZK geeft met de regeling huisvesting aandachtsgroepen mogelijkheden om het woningaanbod te vergroten. Aandachtsgroepen zijn mensen die met spoed een woning nodig hebben. Bijvoorbeeld dak- en thuislozen, arbeidsmigranten, statushouders of studenten.

COA verbindt vergunninghouders aan gemeenten

Wanneer een asielzoeker een verblijfsvergunning krijgt, verbindt het COA de vergunninghouder binnen 2 weken aan een gemeente. Het COA verbindt diegene aan een gemeente waar die de beste kans hebben om in te burgeren. Om te bepalen bij welke gemeente de vergunninghouder past, verzamelt het COA informatie. Het gaat om informatie zoals:

  • grootte van het gezin;
  • land van herkomst;
  • taal;
  • bijzonderheden over de gezinshereniging;
  • beperkingen aan een woning (bijvoorbeeld aanpassingen aan de woonruimte);
  • aanwezigheid inschrijfbewijs studie;
  • opleiding;
  • werkervaring;
  • aanwezigheid arbeidscontract;
  • medische bijzonderheden;
  • netwerk;
  • plannen voor de toekomst.

Gemeenten hebben 10 weken de tijd om woonruimte te vinden. Gemiddeld duurt het momenteel langer voor ze een woning aangeboden krijgen, omdat er te weinig woningen zijn. Als de gemeente een woning heeft gevonden, hebben vergunninghouders 2 weken de tijd om te verhuizen. Zij gebruiken deze tijd onder andere om hun woning in te richten.

Documenten