Als ik recht heb op de Tozo, hoeveel krijg ik dan? En wanneer?

De hoogte van de uitkering Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is afhankelijk van bijvoorbeeld uw leeftijd en uw gezinssituatie. Bekijk de regels voor de hoogte van de Tozo-uitkering.

Normbedragen gelden vanaf 1 januari 2021

Tozo kent vanaf 1 januari 2021 de volgende normbedragen voor personen boven de 21 jaar:

  • alleenstaande, bij een leeftijd tussen de 21 jaar en AOW-leeftijd: € 1.075,44;
  • gehuwden en daarmee gelijkgestelden waarvan beide echtgenoten tussen de 21 jaar en AOW-leeftijd zijn: € 1.536,34;
  • gehuwden en daarmee gelijkgestelden waarvan 1 echtgenoot tussen de 21 jaar en AOW-leeftijd is en 1 echtgenoot ouder is dan de AOW-leeftijd: € 1.620,74

Jongerennormen, zonder kinderen (vanaf 1 januari 2021):

  • alleenstaande, bij een leeftijd van 18, 19 of 20 jaar: € 265,49;
  • gehuwden en daarmee gelijkgestelden waarvan beide echtgenoten 18 ,19 of 20 jaar zijn: € 530,98;
  • gehuwden en daarmee gelijkgestelden waarvan 1 echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: € 1.033,66

Jongerennorm, met kinderen (vanaf 1 januari 2021):

  • alleenstaande ouder, indien hij 18, 19 of 20 jaar is: € 265,49;
  • gehuwden en daarmee gelijkgestelden waarvan beide echtgenoten 18, 19 of 20 jaar zijn: € 838,25;
  • gehuwden en daarmee gelijkgestelden waarvan 1 echtgenoot 18, 19 of 20 jaar is en de andere echtgenoot 21 jaar of ouder: € 1.340,93

Normbedragen gebaseerd op de Participatiewet 

De gemeente verstrekt de uitkering aan een huishouden op basis van de Participatiewet. De uitkering is een aanvulling tot het sociaal minimum oftewel bijstandsniveau. Dat betekent dat de gemeente het inkomen van een alleenstaande zelfstandige aanvult tot € 1.075. Voor gehuwden en samenwonenden (ook als beide partners zelfstandigen zijn) vult de gemeente het inkomen aan tot een bedrag van € 1.536 netto.

Volgens de participatiewet krijgt een alleenstaande ouder van de gemeente hetzelfde bedrag als een alleenstaande zonder kinderen. De alleenstaande ouder krijgt via het kindgebonden budget van de Belastingdienst een aanvulling voor de kosten van de kinderen. De gemeente betaalt dus geen bijdrage uit die voor de kinderen is bestemd. Die bijdrage zit in het kindgebonden budget dat dus niet de gemeente maar de Belastingdienst uitbetaalt.

Tozo-uitkering en een partner? Mogelijk krijgt u een hogere belastingaanslag over 2020

Had u ook inkomsten uit loondienst in 2020? Of had u een partner die in 2020 in loondienst werkte? Misschien krijgt u dan een hogere belastingaanslag over 2020  of krijgt u minder terug dan u verwacht. Dit komt omdat u mogelijk te veel Tozo-uitkering heeft ontvangen. Dit kan als u of uw partner in de periode dat u de Tozo-uitkering ontving in 2020 óók in loondienst werkte. Omdat toen waarschijnlijk niet precies bekend was hoeveel inkomsten u (samen) had uit loondienst, is het mogelijk dat over uw totale inkomen te weinig loonbelasting is betaald aan de Belastingdienst. Dit laatste is zeker het geval als u een uitkering Tozo 1 ontving en uw partner toen in loondienst werkte. Met zijn of haar inkomsten hoefde bij uw Tozo 1-uitkering geen rekening te worden gehouden. Maar voor de berekening van de algemene heffingskorting moet met deze inkomsten wel rekening worden gehouden.

Dit kan omdat over de Tozo-uitkering loonbelasting wordt afgedragen. Bij de berekening hiervan wordt de algemene heffingskorting toegepast. Dit is een korting op die loonbelasting, waardoor u netto meer uitkering overhoudt. Deze heffingskorting is afhankelijk van de hoogte van uw inkomen. U krijgt minder algemene heffingskorting als uw totale inkomen stijgt. Als er door werkgevers en/of uitkeringsinstanties niet voldoende rekening is gehouden met andere inkomsten, is er te veel heffingskorting toegepast. Dan is er te weinig loonbelasting over uw totale inkomen afgedragen. Deze belasting moet u achteraf nog betalen.

Wat moet u doen? U geeft de inkomsten van uzelf en uw partner op bij uw belastingaangifte over 2020. Ook uw Tozo-uitkering geeft u op. Het aangifteprogramma van de Belastingdienst rekent uit op hoeveel algemene heffingskorting u allebei recht had in 2020. Bij de definitieve belastingaanslag wordt dit teveel verrekend met uw teruggaaf (en krijgt u minder geld terug) of krijgt u een hogere naheffing (en moet u meer belasting betalen). Houd er dus rekening mee dat u mogelijk (meer) belasting moet nabetalen en zet hiervoor alvast een bedrag opzij.

Tozo opgeven bij inkomstenbelasting 2020

De uitbetaalde Tozo uitkering is inkomen dat u moet opgeven in uw aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2020. De uitkering moet apart worden opgegeven en is dus geen onderdeel van de omzet.

In het eerste kwartaal van 2021 stuurt de gemeente u een jaaropgave. Als u samen met uw partner een Tozo uitkering heeft gekregen dan ontvangen u en uw partner beiden een jaaropgave voor de helft van de totaal verstrekte uitkering. Het vermelde bedrag is inclusief de door de gemeente afgedragen loonheffing. Het bedrag zal dus hoger zijn dan de door u ontvangen netto uitkering. Het op de jaaropgave vermelde inkomen moet u (en uw partner) opgeven bij uw aangifte inkomstenbelasting 2020. Als u via de site van de belastingdienst inlogt, vinkt u onder het kopje ‘Pensioen en andere uitkeringen’ aan: ‘uitkeringen, zoals AOW, WW, WAO, WIA en Wajong’. En vervolgens uit de lijst kiezen voor ‘Bijstandsuitkering (Participatiewet)'. Daarna kunt u de hoogte en de ingehouden loonheffing zoals vermeld op de jaaropgave invoeren.

Een Tozo-uitkering terugbetalen? Voorkom hoge kosten

Wanneer u een (deel van) een Tozo-uitkering moet terugbetalen is het belangrijk dat u dat zoveel mogelijk binnen het lopende kalenderjaar doet.

De gemeente is namelijk verplicht om na afloop van een kalenderjaar over de aan u verleende bijstand voor levensonderhoud loonbelasting en premies volksverzekeringen te berekenen en af te dragen aan de Belastingdienst. De gemeente kan deze belasting en premies aan u doorberekenen als u de vordering niet voor 31 december 2020 heeft terugbetaald. Het bedrag dat u moet terugbetalen wordt daardoor hoger.  Het is het dus verstandig om in 2020 de vordering zoveel mogelijk terug te betalen.

U kunt de betaalde loonbelasting en premies volksverzekeringen op de terugvordering misschien in 2021 terugkrijgen van de Belastingdienst; u krijgt een jaaropgave van de gemeente waarop zichtbaar is welke bedragen u als negatief inkomen kunt opgeven bij uw aangifte inkomstenbelasting. U moet hiervoor wel aangifte van uw inkomsten doen.

Steun TOGS en TVL MKB niet opgeven aan de gemeente

De bedragen die u vanuit EZK noodloketten TOGS en Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB ontvangt hoeft u voor de Tozo inkomensondersteuning niet op te geven aan de gemeente. Wél moet u bij de aanvraag van de Tozo lening bedrijfskapitaal aangeven of u hier gebruik van maakt. En aannemelijk maken dat u desondanks nog steeds onvoldoende direct beschikbare geldelijke middelen heeft om de vaste lasten van het bedrijf mee te betalen.

Informatie over de (oude) TOZO 1 en 2

Bekijk de publicaties Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers TOZO 1.0 en Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers TOZO 2.0.