Betere aansluiting mbo op arbeidsmarkt

Als de arbeidsmarkt verandert, kan ook de werkgelegenheid in sommige beroepen veranderen. Of de invulling van een functie. 

Samen met werkgevers nieuwe opleidingen ontwikkelen

Mbo-instellingen krijgen experimenteerruimte om samen met werkgevers nieuwe opleidingen te ontwikkelen. Deze opleidingen bestaan uit een landelijk deel, een regionaal deel en mogelijk een regionaal keuzedeel. In het regionaal deel kunnen instellingen het onderwijs vormgeven met lokale werkgevers. Het doel van dit experiment is om de aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt te versterken.

Ruim baan voor vakmanschap: een toekomstgericht mbo

De overheid neemt een aantal maatregelen waardoor de mbo-opleidingen goed blijven aansluiten bij veranderingen op de arbeidsmarkt. Ook moeten mbo-scholen aantrekkelijker worden voor scholieren, zodat er voldoende vakmensen bijkomen. In de brief ‘Ruim baan voor vakmanschap: een toekomstgericht mbo’ staat hoe de overheid dit wil bereiken.  

Vooruitzichten op werk na de studie

Het is belangrijk dat een mbo-scholier voor zijn studiekeuze weet in welke beroepen voldoende werk is. Hiervoor is een bijsluiter voor (aankomende studenten) gemaakt. In die bijsluiter staat voor iedere beroepsopleiding:

  • hoe groot de kans op werk is, zowel landelijk als in de regio;
  • hoeveel doorstroom er is naar het hbo;
  • hoe tevreden de leerlingen zijn over de opleiding.

Voornemen is om de aanmelddatum voor de overgang van vmbo naar mbo te verschuiven naar 1 mei. Hierdoor kunnen mbo-opleidingen en leerlingen al snel bekijken welke richtingen de meeste kans op werk bieden.

Blijkt tijdens de studie dat er toch nauwelijks werk is in een bedrijfstak? Dan kan de student gebruik maken van het SchoolEx-programma. Dit programma geeft scholieren de mogelijkheid te veranderen van opleiding.

Verplichte afstemming onderwijs op arbeidsmarkt

Mbo-instellingen moeten hun opleidingsaanbod meer op elkaar en op de regionale arbeidsmarkt afstemmen. Dit staat in een nieuw wetsvoorstel van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, is ook het volgende mogelijk:

  • Objectieve informatie voor aankomende studenten over de kansen op een baan.
  • mbo-opleidingen mogen alleen opleidingen aanbieden die perspectief bieden op het tijdig vinden van een baan. Het gaat dan om werk op het niveau van de opleiding.

Het wetsvoorstel is inmiddels aan de Tweede Kamer gestuurd. 

Flexibel mbo voor volwassenen

Door de veranderingen op de arbeidsmarkt is het soms nodig dat volwassenen een mbo-opleiding volgen. Het kabinet wil dit stimuleren door het mbo aantrekkelijker te maken voor volwassenen.

Betere samenwerking onderwijs en bedrijfsleven

Het bedrijfsleven en het beroepsonderwijs werken steeds meer samen. Dit verbetert de aansluiting van het mbo-onderwijs op de arbeidsmarkt.

In de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven (SBB; vroeger Colo) werken organisaties als bijvoorbeeld de MBO-raad, MKB-Nederland en 17 kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven samen. Zij bespreken thema’s als kwalificatiestructuur, examens, beroepspraktijkvorming (stages) en opleidingsaanbod.

Subsidie voor betere baankansen mbo-studenten

Hoe beter de samenwerking met bedrijven, hoe beter mbo-studenten ervaring opdoen. En hoe groter de kans dat zij na hun studie snel werk vinden. De overheid stelt daarvoor sinds 2014 elk jaar € 25 miljoen beschikbaar via het Regionaal Investeringsfonds mbo.

Het effect van het fonds is positief. Scholen en bedrijven werken beter samen. Er is bijvoorbeeld ruimte gekomen voor vernieuwende oplossingen. En personeelstekorten in de regio worden aangepakt. Het ministerie zet het fonds voort. Ook in 2018 is € 25 miljoen beschikbaar.

Experimenteren met gecombineerde leerweg BOL/BBL

Mbo-leerlingen kunnen nu nog alleen kiezen tussen de BeroepsOpleidende Leerweg (BOL) of de BeroepsBegeleidende Leerweg (BBL). Bij de BOL verblijft de leerling het grootste deel van de opleiding op school. Bij de BBL werkt een leerling in een bedrijf. Daarnaast volgt hij 1 of 2 dagen per week school.

De mbo-opleiding mag ook een opleiding in een gecombineerde leerweg aanbieden. Daarbij volgt de leerling het 1e deel de opleiding in de BOL. Het 2e deel van de opleiding gaat hij aan de slag binnen een bedrijf (BBL).